In de naam van Allaah, de Erbarmer, de Barmhartige, en vrede en zegeningen over Zijn Profeet.
Wij kennen allen de Ka’bah, de Heilige Moskee, waar zich op dit moment bijna twee miljoen bedevaartgangers bevinden. Maar wat is het verhaal achter dit immens belangrijke, zwarte en vierkante gebouw?
De Ka’bah te Mekka is het eerste huis in de geschiedenis van de mensheid, dat gebouwd is voor de aanbidding van Allaah. Volgens de juiste mening waren de fundamenten voor de Ka’bah al eerder gelegd toen Allaah subhanahu wa ta’aala de Profeet Ibraahiem ‘alayhi ssalaam beval om het te bouwen.
Het verhaal van de Ka’bah is in Sahieh Al-Boekharie overgeleverd. Haadjar, de vrouw van Ibraahiem – alayhi ssalaam -, werd samen met haar zoon Ismaa’iel door Ibraahiem achtergelaten op de plek waar nu de Ka’bah staat. Zij vroeg hem meerdere malen waarom hij haar achterliet, maar Ibraahiem antwoordde niet. Uiteindelijk zei zij: ‘Heeft Allaah jou dit bevolen?’ Hij – alayhi ssalaam – zei: ‘Ja.’ Hierop antwoordde Haadjar: ‘Dan zal Allaah ons niet in de steek laten.’ Uit deze reactie en de hierop volgende smeekbede van Ibraahiem blijkt het vertrouwen dat de Profeten en hun vrouwen in Allaah ta’aala hadden. Nadat Ibraahiem hen namelijk had verlaten, wendde hij zijn gezicht tot wat nu de Qiblah is, en zei:
‘Onze Heer, ik heb mijn nageslacht achtergelaten in een onbegroeide vallei bij Uw Gewijde Huis. Onze Heer, zodat zij het gebed zullen onderhouden, laat daarom de harten van de mensen tot hen neigen, en voorzie hen van vruchten, opdat zij dankbaar zullen zijn.’
Haadjar was alleen achtergebleven met haar zuigeling Ismaa’iel. Ibraahiem – alayhi ssalaam – had voor haar water en dadels achtergelaten, maar na een tijdje was het water op. Haadjar en haar baby begonnen dorst te krijgen en Haadjar liep weg omdat zij het trappelen van haar kind – vanwege de dorst - niet meer kon aanzien. Zij klom op een berg die nu bekend staat als as-Safaa, om te kijken of ze iemand kon zien. Vervolgens rende zij naar een andere berg, die nu bekend staat als al-Marwah, en dit deed zij zeven keer. Dit is ook wat elke bedevaartganger dient te doen tijdens de Hadj, zoals de Profeet sallallahoe ‘alayhi wa sallam duidelijk heeft gemaakt. Toen Haadjar op de Marwa-berg stond, hoorde zij een stem en zag de Engel Djibriel, die met zijn vleugel in de grond zocht, totdat er water te zien was. Haadjar schepte dit water op, dronk ervan en gaf haar zoon hierna borstvoeding. In een overlevering die goed is verklaard door al-Haafidh Ibn Hadjar staat dat de Engel Djibriel aan haar vroeg: ‘Wie ben jij?’ Zij zei: ‘Ik ben Haadjar, de moeder van de zoon van Ibraahiem.’ Hij zei: ‘Aan wie heeft hij jullie dan toevertrouwd?’ Zij antwoordde: ‘Aan Allaah.’ Hierop zei Djibriel: ‘Hij heeft jullie toevertrouwd aan Iemand Die genoeg is voor jullie.’
Nadat Ismaa’iel de puberteit had bereikt, keerde Ibraahiem – alayhi ssalaam – terug en vertelde dat Allaah hem had bevolen om op die plek een Huis te bouwen en dat Ismaa’iel hem moest helpen. Ismaa’iel stemde hier uiteraard mee in en Ibraahiem begon met het bouwen, terwijl Ismaa’iel hem de stenen bracht. Tijdens het bouwen stond Ibraahiem op een steen, en dit is wat tegenwoordig ‘Maqaamu Ibraahiem’, de standplaats van Ibraahiem, wordt genoemd. Vroeger lag deze steen heel dicht bij de Ka’bah, maar de Metgezel ‘Oemar – moge Allaah tevreden met hem zijn – heeft deze een stuk verplaatst zodat de bedevaartgangers er geen last van zouden hebben. Toen Ibraahiem bijna klaar was met bouwen, was er nog één plek voor een steen over. Ismaa’iel ging op zoek naar een steen, en in de tussentijd plaatste de Engel Djibriel een steen op de overgebleven plek. Toen Ismaa’iel terugkwam en vroeg waar de steen vandaan kwam, zei Ibraahiem: ‘Hij komt van Degene Die niet afhankelijk is van jouw of mijn bouwen.’ Nadat Ibraahiem helemaal klaar was, beval Allaah hem om de mensen op te roepen naar het verrichten van de Hadj. Ibraahiem vroeg hoe hij dat zou kunnen doen, en Allaah antwoordde: ‘Zeg: ‘O jullie mensen, de bedevaart naar het Bevrijde Huis is jullie voorgeschreven.’ Toen Ibraahiem dit zei, hoorde alles wat zich tussen de hemel en aarde bevond hem. Er is zelfs overgeleverd dat de bergen zich verlaagden opdat zijn stem alle uithoeken van de Aarde zou bereiken, en dat degenen die zich nog in hun moeders buik bevonden, hem hoorden. Dit is het verhaal van de eeuwenoude Ka’bah.
Verder is het vandaag de Dag van ‘Arafah, waarop de bedevaartgangers allemaal op één plaats staan, allemaal hetzelfde zeggen, allemaal in dezelfde kleding, en allemaal in vrees voor Allaah. Het aanschouwen hiervan doet denken aan de Dag des Oordeels, die ook op een vrijdag zal plaatsvinden. Die Dag zullen de rijken ook niet van de armen te onderscheiden zijn, noch zullen degenen met een hoge positie te onderscheiden zijn van degenen met een lage positie. Iedereen zal gelijk zijn en iedereen zal gelijk behandeld worden. De goede beloning in ruil voor de goede daad, en de gevreesde beloning in ruil voor de slechte daad waarin Allaah niet werd gevreesd. Op de Dag van ‘Arafah heeft Allaah aan Zijn Profeet – sallallaahoe ‘alayhi wa sallam - geopenbaard dat Hij de Islaam voor ons heeft vervolmaakt, en op de Dag des Oordeels zal Hij ons vragen over hoe dankbaar we zijn geweest voor deze vervolmaking van de enige ware levenswijze.
Onze Oemmah is tegenwoordig dringend in nood aan de fundamenten en beginselen waarmee haar toestand verbeterd kan worden, en waarmee haar problemen opgelost kunnen worden. Om deze reden is het van belang dat deze oemmah de preek die onze geliefde Profeet sallallaahoe ‘alayhi wa sallam tijdens zijn afscheidshadj gaf, goed bestudeert. Deze preek bevat alle adviezen die onze oemmah nodig heeft om een goede toekomst op te bouwen en te slagen.